Vrijgekomen tijd vult zich met vastlegging
Het vak heeft twee decennia forse efficiencywinst geboekt: scannen en herkennen, bankkoppelingen, ketendigitalisering, en nu AI. Als die winst was omgezet in klantcontact, zou dat inmiddels zichtbaar moeten zijn. Dat is het niet.
Een mogelijke verklaring is mechanisch en niet cynisch. Toezicht schaalt mee met wat aantoonbaar is. Zolang vastleggen duur was, was “dat is niet uitvoerbaar” een geldig argument. Zodra software het goedkoop maakt, vervalt dat argument en schuift de norm op naar de nieuwe grens van het haalbare. Niemand besluit dat. Het is de uitkomst van een toezichthouder die risico’s ziet en een sector die er niets meer tegenin kan brengen. Daar bovenop komt defensief gedrag: kantoren leggen meer vast dan gevraagd wordt, omdat het oordeel achteraf komt.
Waarom dit ertoe doet
Als deze overweging klopt, is de aanname dat AI vanzelf ruimte maakt voor advieswerk onjuist. Die ruimte ontstaat alleen door een expliciete keuze.
Waaraan te toetsen
Uren of doorlooptijd per samenstelopdracht over een reeks van jaren, naast de investeringen in ICT en de productiviteitscijfers uit de NOAB/Fiscount-benchmark. De vijftiende editie daarvan (439 kantoren) levert de ene helft al: de omzet per fte groeide met bijna 10% tot € 119.300, terwijl de ICT-kosten per fte met 11,6% stegen tot € 8.300 — 7% van de omzet. De andere helft, de tijd per opdracht, ontbreekt. Stijgt de productiviteit terwijl de tijd per opdracht niet daalt, dan is de winst ergens ingelopen — en dan is de vervolgvraag waar: in advies, in marge, of in vastlegging.