Naar de inhoud
Onderdeel van AWL — Accountancy Weer LeukNaar de hoofdsite →
AWL.Onderzoek
§ Overwegingen

Overwegingen

Observaties die nog geen onderzoeksvraag zijn, met per stuk waaraan ze te toetsen zouden zijn. Wie er een betere toets bij weet, of wie ze wil weerspreken: graag.

Een overweging telt bij ons pas mee als erbij staat waaraan hij te toetsen zou zijn. Zonder toets is het een mening, en die horen ergens anders thuis.

§ Overweging A

Vrijgekomen tijd vult zich met vastlegging

Het vak heeft twee decennia forse efficiencywinst geboekt: scannen en herkennen, bankkoppelingen, ketendigitalisering, en nu AI. Als die winst was omgezet in klantcontact, zou dat inmiddels zichtbaar moeten zijn. Dat is het niet.

Een mogelijke verklaring is mechanisch en niet cynisch. Toezicht schaalt mee met wat aantoonbaar is. Zolang vastleggen duur was, was “dat is niet uitvoerbaar” een geldig argument. Zodra software het goedkoop maakt, vervalt dat argument en schuift de norm op naar de nieuwe grens van het haalbare. Niemand besluit dat. Het is de uitkomst van een toezichthouder die risico’s ziet en een sector die er niets meer tegenin kan brengen. Daar bovenop komt defensief gedrag: kantoren leggen meer vast dan gevraagd wordt, omdat het oordeel achteraf komt.

Waarom dit ertoe doet

Als deze overweging klopt, is de aanname dat AI vanzelf ruimte maakt voor advieswerk onjuist. Die ruimte ontstaat alleen door een expliciete keuze.

§ Toets

Waaraan te toetsen

Uren of doorlooptijd per samenstelopdracht over een reeks van jaren, naast de investeringen in ICT en de productiviteitscijfers uit de NOAB/Fiscount-benchmark. De vijftiende editie daarvan (439 kantoren) levert de ene helft al: de omzet per fte groeide met bijna 10% tot € 119.300, terwijl de ICT-kosten per fte met 11,6% stegen tot € 8.300 — 7% van de omzet. De andere helft, de tijd per opdracht, ontbreekt. Stijgt de productiviteit terwijl de tijd per opdracht niet daalt, dan is de winst ergens ingelopen — en dan is de vervolgvraag waar: in advies, in marge, of in vastlegging.

  • overweging A
  • laatst gewijzigd
§ Overweging B

De methodiek volgt de beperking, niet het inzicht

De controlemethodiek beschreef in veertig jaar een cirkel. Eerst reperformance: nadoen wat er gedaan is. Toen dat bij groeiende volumes onbetaalbaar werd, kwam risicogericht werken, daarna proceduregericht. Nu data-analyse en algoritmen volledige doorrekening mogelijk maken, keren totaalcontroles terug.

Elke stap is destijds gepresenteerd als vakinhoudelijke vooruitgang. Maar de aanleiding was meestal wat technisch en economisch kon. Steekproef en risicoanalyse zijn niet gekozen omdat ze beter waren dan alles bekijken, maar omdat alles bekijken niet haalbaar was. Dat maakt totaalcontrole niet automatisch beter: datakwaliteit, foutdefinitie en professioneel oordeel bepalen wat een controle waard is.

Er is één verschil met vroeger dat aandacht verdient. Bij de oorspronkelijke reperformance keek een mens naar de post en begreep hij wat er stond. Bij de nieuwe totaalcontrole beoordeelt een algoritme alle posten en levert uitzonderingen. Dat is meer dekking en mogelijk minder begrip.

Waarom dit ertoe doet

Bij AI is de nuttige vraag dan niet “wat wordt de nieuwe methodiek”, maar “welke beperking valt nu weg, en welke van onze huidige overtuigingen blijkt straks een rationalisatie van die beperking te zijn geweest”. Dat is ook een gezonde relativering van onze eigen stelligheid.

§ Toets

Waaraan te toetsen

Een historische reconstructie van de opeenvolgende methodiekwijzigingen en de motieven die er destijds bij zijn opgeschreven, in vakliteratuur, standaarden en toezichtsrapportages. De vraag is telkens: welke beperking viel weg, en welke redenering is daaromheen gebouwd?

  • overweging B
  • laatst gewijzigd
§ Overweging C

Verzoenen of stapelen

Kwaliteit en toegevoegde waarde worden meestal als afruil behandeld: tijd in het dossier is tijd niet bij de klant. Maar SKM 1 vraagt kantoren zelf kwaliteitsdoelstellingen te formuleren, en nergens staat dat die alleen over het dossier mogen gaan. Neemt een kantoor op dat de klant betere beslissingen moet nemen, dan wordt adviserend werk onderdeel van het kwaliteitssysteem in plaats van de concurrent ervan.

Omgekeerd is het goede klantgesprek de beste bron van dossierinformatie die er is: continuïteit, aannames, kent-uw-cliënt. Nu wordt dat gesprek vaak twee keer gevoerd — één keer voor het dossier, één keer voor de relatie — en telt geen van beide voor de ander.

De praktische toets

Als een verandering de kwaliteit verhoogt en de waarde verhoogt maar het werk minder leuk maakt, is er niet verzoend maar gestapeld. Plezier in het werk is hier geen derde doelstelling maar het controlemiddel. Stapelen is precies wat de afgelopen jaren is gebeurd. Ons vermoeden is dat het meeweegt in waarom mensen het vak verlaten, naast beloning, leiderschap, piekbelasting en loopbaanperspectief. Welke van die factoren hoe zwaar weegt, weten wij niet.

§ Toets

Waaraan te toetsen

Hebben kantoren die hun kwaliteitsdoelstellingen op klantuitkomsten richten een ander verloop en een andere instroom dan kantoren die dat op processen doen? Toetsbaar zodra SKM 1 een paar jaar draait.

  • overweging C
  • laatst gewijzigd
§ Tegenspraak

Weet je een betere toets?

Wij nemen tegenspraak op in het register en vermelden wie hem leverde. Hoe dat gaat, staat op de reageerpagina.

Naar reageren →